PERSONAGE MET BLOEM(1975)

For English

Karel Appel – NL. 
keramiek
 
Karel Appel wilde kunstschilder worden. Maar in 1947 begon Karel Appel met beeldhouwen hoewel zijn tijdgenoten zijn producten geen beeldhouwwerken noemde. Hij verzamelde afval en transformeerde dat tot zijn ´beelden´. In dezelfde tijd begon hij ook met het beschilderen van gebruiksvoorwerpen. In eerste instantie als experiment later ook voor de Russel Tegula aardewerkfabriek in de buurt van Venlo. Zijn bezoek in 1954 aan de internationale keramiek-conferentie in het Italiaanse kustplaatsje Albisola, bekend om zijn keramiekindustrie gaf een nieuwe impuls voor het werken met keramiek en resulteerde in verschillende keramische wandreliëfs en keramische beelden zoals Personage met Bloem uit 1975.

Karel Appel (Amsterdam ’21) was een Nederlandse schilder en beeldhouwer, die tot de expressionisten kan worden gerekend. Appel werd geboren in de Dapperstraat in Amsterdam, in een volksbuurt. Zijn vader had een kapperszaak, een plek waar mensen elkaar ontmoetten. Van jongs af aan wist Appel dat hij kunstschilder wilde worden, maar zijn ouders zagen hem liever in de kapperszaak. Nadat hij enkele jaren bij zijn vader in de kapperszaak gewerkt had ging hij in 1942 toch schilderkunst studeren aan de ‘Rijksacademie’ in Amsterdam. Uit onvrede over deze beroepskeuze zetten zijn ouders hem op straat. Karel appel volgde zijn opleiding aan de ‘Rijksacademie’ tot in 1944. Op de academie leerde hij over kunstgeschiedenis en specialiseerde hij zich in de traditionele teken- en schilderkunst. Om zijn studie mogelijk te maken ontving Appel een beurs van het ‘Departement van Volksvoorlichting en Kunsten’. Achteraf is Appel verweten dat hij ging studeren tijdens de Duitse bezetting, terwijl de Duitsers een zeer repressief beleid voerden tegen de zogenoemde ‘Entartete Kunst’ en binnen Nederland vooral tegen kunstenaars van Joodse afkomst. Appel zelf verklaarde dat hij nooit met de Duitsers had meegewerkt, wel graag een beurs wilde, maar verder alleen op de academie had gezeten om goed te leren schilderen. Karel Appel voelde zich dan ook niet verbonden met de Duitsers. Voor hem was kunst een kwestie van het hart en politieke voorkeuren interesserden hem weinig. Andere kunstenaars waren tijdens de oorlog principiëler en weigerden bijvoorbeeld om lid te worden van de ‘Kultuurkamer’, waardoor ze het zonder inkomsten moesten doen. In 1946 had Appel zijn eerste solo-expositie in ‘Het Beerenhuis’ in Groningen. Wat later nam hij deel aan de expositie ‘Jonge Schilders’ in het ‘Stedelijk Museum’ in Amsterdam. In deze periode liet Appel zich vooral beïnvloeden door de kunst van Picasso, Matisse en Jean Dubuffet. Vooral de laatste maakte rauwe werken met andere materialen dan allen verf. In 1947 begon Karel Appel met beeldhouwen, nadat hij beeldhouwer Carel Kneulman daarover had geraadpleegd. Tijdgenoten van Appel noemden zijn producten echter geen beeldhouwwerken. Appel verzamelde allerlei afval, sloopte zelfs de houten luiken van zijn ramen en de haak van de hijsbalk van zijn zolderkamer. Van dat hout, een bezemsteel en een stofzuigerslang maakte hij het werk ‘Drift op Zolder’. In 1948 richtten de kunstenaars Karel Appel, Corneille en Constant samen met Anton Rooskens, Theo Wolvecamp en Jan Nieuwenhuys, de ‘Experimentele Groep in Holland’ op. Na een bezoek van de ‘Experimentele Groep’ aan een internationale conferentie over avant-garde kunst in Parijs, die was georganiseerd door Franse en Belgische surrealistische collega’s, vond onder andere de Belg Christian Dotremont de benadering van de Fransen te sektarisch. Enkele Deense, Nederlandse en Belgische kunstenaars trokken zich daarop terug uit het congres en richtten de groep Cobra op. Cobra is een afkorting van Copenhagen, Brussel, Amsterdam. Tijdens de Corbraperiode, vanaf 1948, schilderde Appel simpele vormen met stevige contourlijnen, opgevuld door felle kleuren. Na het uiteenvallen van de Cobra-groep begon Appel met steeds dikkere verf, impasto te schilderen. Zijn werk werd steeds wilder en ogenschijnlijk minder beheerst. De internationale doorbraak van Appel begon rond 1953, toen zijn werk te zien was op de Biënnale van São Paulo. In 1954 kwamen er solo-tenstoonstellingen van Appel in Parijs en New York.
In zijn werk zocht Appel naar de oerbron van de scheping, een zoektocht die wellicht de basis vormt voor een belangrijk deel van de moderne kunst. Het werk van Karel Appel is nog steeds over de hele wereld te vinden in de vaste collecties van onder anderen het ‘Cobra Museum voor Moderne Kunst’ in Amstelveen, ‘Guggenheim Museum’ in New York, ‘Musea de Arte de São Paulo’ in Brazilië, ‘Tate Gallery’ in London, ‘Rijksmuseum’ in Amsterdam. Karel Appel in 2006 in Zürich, Zwitserland overleden.